De zon laat zich voelen. Mensen ontwaken uit hun ‘winterslaap’ en voelen de voorjaarskriebels. Velen zoeken ontspanning in de tuin of groene stadsruimtes. In de steden verplaatst het sociaal leven zich naar openbare stadsparken waar het steeds drukker wordt. Vandaar dat men in een dicht verstedelijkt gebied alternatieven zoekt voor de klassieke tuin of groene ruimte. Denk maar aan daktuinen, dakterrassen of groendaken.

Als we daktuinen en groendaken van dichtbij bekijken moeten we echter enkele zaken vaststellen. Genieten van de rust en het groen is het einddoel. Vooraleer men zo ver is, hebben groenaannemers een grote uitdaging aan het onderhoud en de aanleg van de groendaken. De aanleg en onderhoud ervan moet immers veilig verlopen. Het start met de technische kant van de materie (een intensief of extensief groendak, afwatering, juiste keuze beplanting , substraat …). Om nog maar te zwijgen hoe alles ter plaats wordt gebracht. Naast ‘de technische kant’ wordt de groenaannemer geconfronteerd met valgevaar en hoe zich te beveiligen. Dit om de restrisico’s zo klein mogelijk te houden. Hier wordt jammer genoeg te weinig bij stilgestaan, het is nochtans letterlijk van levensbelang (toegepaste risicoanalyse). Als alles goed gaat, heeft men al in de ontwerpfase en pre-planning stilgestaan bij de veilige betreding van de daktuin of groendak.

Het is de taak van de betrokken personen rekening te houden met de, bij wet bepaalde,  risicohiërarchie. Risicohiërarchie houdt in dat men eerst het (val)gevaar bij de bron bestrijdt. Indien dit niet lukt, grijpt men naar collectieve systemen zoals bijvoorbeeld randbeveiliging (dit beschermt de gemeenschap). Kan men om technische redenen geen CBMS of collectieve beschermingsmiddelen installeren, dan maakt men gebruik van PBMS of persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een harnas, leeflijn en ankerpunt (valbeveiliging). Dit noemen we de zekeringsketen. De keuze van uw type valbeveiliging hangt af van enkele factoren zoals intensieve en extensieve groendaken of tuinen. Waar men op een extensief groendak misschien één of twee keer per jaar een betreding doet (naargelang plantkeuze, groeifase en vakkundige aanleg),zal men op intensieve groendaken twee tot tien keer per jaar een betreding doen. Het spreekt voor zich dat je bij een ‘openbare’ groene ruimte op hoogte ALTIJD moet kiezen voor een collectief permanent valbeveiligingssysteem. Er bestaat een richtlijn van het FBB (Fachvereinigung Bauwerksbegrünung) die helpt de keuze te bepalen van uw type valbeveiliging (type groendak en zijn functie + het aantal betredingen). Er wordt gekeken in welk stadium het project zich bevindt. Is dit de eind- of genotsfase, de groeifase of de aanleg/opbouwfase?

Een grote uitdaging blijft echter veilig werken tijdens de opbouwfase en in het onderhoud van de daktuin of groendak. Ook hier geldt de regel, eerst collectief beveiligen. Doordat de betreding vaak van korte tijdsduur is, maakt men in veel gevallen gebruik van de PBMS (harnas en leeflijn). Het gebruik van deze PBMS zijn niet zonder gevaar indien men niet de juiste kennis bezit. Er zijn genoeg incidenten op te noemen met het verkeerde gebruik van valbeveiliging. Enkele voor de hand liggende voorbeelden zijn: pendule effect (= slingerbeweging),verkeerde keuze van leeflijn waardoor de gebruiker niet hoog genoeg staat om zijn leeflijn in werking te laten treden, slecht afgestelde harnassen… Vandaar de noodzaak om een goede opleiding/training te krijgen bij het gebruik van valbeveiliging. Zo leert de deelnemer de juiste keuze van de soort leeflijn te maken in combinatie met de correcte zekeringstechniek. Zo zal men bijv. bij een situatie van werkplaatsbeperking een ander type leeflijn gebruiken dan wanneer men zich in een situatie van anti-val bevindt. Men kan terecht bij gespecialiseerde trainingscentra (vb Condor Safety) voor de training ‘veilig werken op groendaken’.

Regelmatig ontspinnen er zich discussie tussen betrokken partijen over de keuze van ankerpunten op het groendak of daktuin. Je kan niet zomaar je leeflijn vastmaken aan om het even wat op het dak. Om te voldoen aan ‘code van goed vakmanschap of goede praktijk’ moet men ankerpunten gebruiken die voldoen aan de Europese norm EN795 (A-B-C-D-E). We kennen allemaal de vaste ankerpunten en permanente leeflijnen op platte daken om je aan te beveiligen. Deze hebben echter een groot nadeel die tot discussie leidt. Men moet bij de klassieke ankerpunten de dakbekleding perforeren. Indien de perforatie niet vakkundig dicht gemaakt wordt of de ankerpaaltjes bewegen kan dit zorgen voor lekkage of een koudebrug. Zonder twijfel zorgt dit voor nachtmerries bij opdrachtgever, architect en aannemer. De fabrikanten van ankerpunten hebben niet bij de pakken blijven zitten. Er zijn ondertussen ankerpunten cnf EN795 op de markt die gebruik maken van het gewicht van het substraat om het op zijn plaats te houden. Naargelang het type substraat moet hiervan meer of minder op het ankerpunt geplaatst worden om het op zijn plaats te houden. Op deze manier krijgt men een compleet veilig geïntegreerd ankerpunt in het groendak zonder perforatie van het dak.

Ook veiligheid in de groensector blijft niet stilstaan. Fabrikanten evolueren mee met hun producten,  markttendensen en houden rekening met de nieuwste aanleg/bouwtechnieken. De gouden raad blijft, bij objectieve gevaren zoals hoogte, neemt men best altijd contact met gespecialiseerde firma’s. Op deze manier kunnen we met zijn allen veilig blijven genieten van onze groendaken, daktuinen en -terrassen, zelfs op hoogte.

Deel dit blogbericht: